Theoretische grondslag TSI

De TSI-instrumenten zijn gevalideerd en op de theorieën van 20e-eeuwse wetenschappers gebaseerd, die in hun vakgebied baanbrekend werk hebben verricht. De instrumenten zijn vanuit onderstaande theorieën door het gerenommeerde Amerikaanse TTI - Target Training International - ontwikkeld. TTI is wereldwijd toonaangevend in het ontwikkelen van tools, die aan het verbeteren van de effectiviteit en prestaties van individuen én organisaties bijdragen.
De instrumenten zijn, in nauwe samenwerking met TTI, door TSI Benelux vertaald, aangepast en geschikt voor gebruik in de Benelux gemaakt. Elk programma is het product van tientallen jaren managementdevelopment-ervaring, gekoppeld aan 'state of the art' onderzoek.
De instrumenten op het gebied van Gedrag en Drijfveren zijn gebaseerd op een Nederlands gemiddelde: het resultaat van een onderzoek naar een populatie, die representatief voor de Nederlandse (beroeps)bevolking is. TSI-Instrumenten worden regelmatig uitgebreid getest en geactualiseerd.

De grondslag van de TSI-Gedragsanalyse
De grondslag van de TSI-Gedragsanalyse ligt in de werken van Dr. Carl Jung (Psychological Types) en
Dr. William Moulton Marston. Jung onderscheidde en beschreef in 1921 aan de hand van vier psychologische functies, namelijk denken, voelen, waarnemen en intuïtie, vier 'typen' mensen.
Later voegde hij hier de tweedeling Introvert/Extravert aan toe. In het kader van TSI zijn vooral de twee hoofdassen van Jungs systeem als basis genomen.

TSI - theoretische grondslag

In 1928 heeft Dr. William Marston vervolgens in zijn werk 'Emotions of Normal People', het gedrag langs twee andere assen afgezet: de as Passief Reagerend tegenover Actief Reagerend en de as Antagonistische (vijandige) Omgeving tegenover goedgezinde Omgeving.
Op basis hiervan ontwikkelde hij een vierkwadrantenconcept, DISC genaamd, waarbij D voor Dominantie,  I voor Invloed, S voor Stabiliteit en C voor Conformiteit staat. Ieder mens vertoont, volgens Marston, bepaald gedrag in de D, I, S of C-categorie, maar neigt ertoe een zelfconcept te ontwikkelen, dat in basis met één van de kwadranten overeenkomt. Hierdoor is gedrag objectief te observeren en te beschrijven, in plaats van subjectief en oordelend.

De TSI-Gedragsanalyse brengt van een persoon binnen een half uur een uniek, betrouwbaar en objectief beeld van het voorkeursgedrag en het gemaskerd gedrag in beeld. Het profiel geeft inzicht in waardevolle gedragseigenschappen van deze persoon, motivatie, de communicatiestijl, de ideale werkplek, de aandachtspunten en de doorgroeimogelijkheden.

De grondslag van de TSI-Drijfverenanalyse
De grondslag van de TSI-drijfverenanalyse is op het werk van de Zwitserse gedragswetenschapper Dr. Eduard Spranger gebaseerd.

TSI - theoretische grondslag

Spranger classificeerde na jarenlange observaties, zes essentiële attituden: intellectueel, praktisch, esthetisch, sociaal, individualistisch en traditionalistisch.
Attituden zijn volgens Spranger een optelsom van ervaringen opgedaan door afkomst, opvoeding, opleiding, ervaring en kennis. De waardering van die ervaringen (in positieve of negatieve zin) maakt dat wij persoonlijke overtuigingen gaan koesteren. Op basis van onze overtuigingen maken wij de afweging in bepaalde situaties wel of niet in actie te komen (daarom: drijfveren). Onze drijfveren bepalen in belangrijke mate door welke bril wij naar de wereld om ons heen kijken. Over het algemeen bepalen de hoogste twee, soms drie drijfveren, de richting in iemands leven. In theorie is het niet mogelijk dat een persoon door alle zes de drijfveren even sterk wordt gemotiveerd.

Drijfveren zijn dus de redenen waarom iemand in actie komt. De werkgerelateerde drijfverenanalyse brengt snel in kaart wat een persoon beweegt, het waarom van het doen. Per drijfveer - en afhankelijk van de hoogte van de score - brengt het profiel algemene kenmerken, waarde voor de organisatie, leerstijlen, sleutels tot motivatie en mogelijke aandachtspunten in kaart.

In principe is er geen samenhang tussen gedrag en drijfveren. Wel kunnen gedrag en drijfveren elkaar versterken, in balans houden of verzachten.

De grondslag achter de TriMetrix-analyse
Het TriMetrix Persoonlijke Talenten Profiel is, voor zover dit het talentdeel betreft, gebaseerd op de Formele Axiologie, een wetenschap die door Dr. Robert S. Hartman in het midden van de 20e eeuw ontwikkeld is.

TSI - theoretische grondslag

Hartman werd geboren als Robert Shirokauer in 1910, in het pré-Nazi Berlijn. Zijn hele leven heeft in het teken gestaan van het vinden van het antwoord op de vraag of het ook mogelijk is om ‘Goed’ op grote schaal te organiseren, net zoals, tot zijn spijt,  in zijn tijd de nazi’s in Duitsland het ‘Kwaad’ hadden weten te organiseren. Hij was daarbij op zoek naar een theorie waarmee hij de sociale- en  - waardenwetenschappen naar het niveau van de exacte wetenschappen kon tillen. Een theorie waarmee hij met mathematische precisie in kaart zou kunnen brengen hoe een  bepaald individu geneigd is te denken, waarderen en oordelen. Uiteindelijk construeerde hij de theorie van de Formele Axiologie. Axiologie is afgeleid van de Griekse woorden “Axios”, wat Betekenis of Waarde betekent en Logos , wat logica of theorie betekent.

Bij de Formele Axiologie gaat het over de vraag hoe iemand informatie, de situatie die er op hem/haar afkomt, waarneemt en interpreteert.
-Wat ‘ziet’ hij/zij?
-Welke denkfilters past hij/zij toe bij het verwerken van informatie?
-Vanuit wat voor perspectief bekijkt hij/zij de situatie?
Dit perspectief zegt veel over de manier waarop iemand in een gegeven situatie geneigd zal zijn te handelen.
Of en hoe iemand die neiging naar buiten laat komen, wordt mede beïnvloed door andere persoonlijkheidsfactoren, zoals gedragsvoorkeuren, drijfveren, normen, waarden, intelligentie.
Het model van Hartman is een soort bewustzijnsmodel: om de regenboog te kunnen waarderen, is het van belang om eerst de aparte kleuren te onderscheiden.

Axiologie helpt ons de patronen te begrijpen, die we gebruiken om iets te beoordelen en die in belangrijke mate bepalen hoe we geneigd zijn op de gegeven werkelijkheid te reageren. Zo wordt meetbaar én zichtbaar hoe en waarom we handelen zoals we handelen. TTI/Success Insights International hebben op basis van Hartman’s oorspronkelijke werk en met behulp van Hartman’s leerling Dr Dave Mefford, het TriMetrix profiel geconstrueerd, dat de kwantitatieve scores van iemands denkpatroon naar werkgerelateerde talenten vertaalt.

Het Persoonlijk TalentenPlusProfiel meet zowel het waarnemen en interpreteren van de werkelijkheid - wat zie ik? en daaruit voortvloeiend: wat kan ik? - als ook het voorkeursgedrag van een persoon - hoe doe ik het? hoe is mijn aanpak en stijl? - en tenslotte de motivatie van een persoon - waarom doe ik het? wat motiveert mij en zet mij aan tot actie? -